Accommodaties zoeken
 
 
Accommodaties zoeken
 
 

Hebt u vragen? Onze vakantie-experts geven u graag advies

Tel +43 5088050

Content delen

Geschiedenis van Leutasch

Leutasch, aan de voet van het Wettersteingebergte, met twee parochiekerken, een meer waarin al keizer Maximiliaan graag viste, met het Gaistal vol alpenweiden dat de schrijver en jachthouder Ludwig Ganghofer reeds in 1896 ontdekte en door Claudia van Medici gebouwde vestingwerken, is door de veelzijdigheid en de schoonheid van zijn landschap een plaats van rust en verwondering.

Leutasch werd in 1166 voor het eerst in officiële documenten genoemd. Toentertijd sprak men over bezittingen aan het riviertje "Liutaske" waarvan de huidige naam is afgeleid. Duurzame nederzettingen moeten echter al veel eerder zijn ontstaan, omdat de eerste kerk (St. Magdalena in Oberleutasch) al in 1190 werd ingewijd.

De bezittingen hoorden bij de kloosters Stams en Wilten, het kanunnikenstift Polling bij Weilheim en de kerk van Pfaffenhofen. Er waren hier en daar ook al "vrije boeren" te vinden. De bossen behoorden toe aan de landsheer en aan het eind van de 12e eeuw begon men deze bossen te rooien. Daarbij werd echter wel rekening gehouden met de natuur. Jachthutten die aanvankelijk alleen in de zomermaanden werden gebruikt, veranderden later in vaste verblijfsplaatsen voor de bewoners en zo ontstonden de eerste oerboerderijen.

Eeuwenlang leefden de mensen in Leutasch van de land- en bosbouw en de jacht. Leutasch leverde lange tijd al het hout voor Innsbruck en Hall. Tussen 1690 en 1738 ontstond de naar de gebroeders Hirn vernoemde "Hirnrinne" - een toentertijd gigantisch bouwwerk dat voor het houttransport werd gebruikt. De "Rinne" liep van het Gaistal via Buchen tot aan de Inn bij Telfs. Aan het begin van de 19e eeuw waren in het Gaistal in Leutasch elke zomer 200 - 300 houthakkers werkzaam die rond 80.000 vadem (= 160 000 m3) hout kapten. Op 30 juni 1815 werd de "Hirnrinne" tijdens een vreselijk onweer verwoest en weggespoeld. Leutasch werd volledig overstroomt.

Grote oorlogen, zoals de 30-jarige oorlog, de inval van Beieren in 1703 ("Bayrischer Rummel"), de Tiroolse vrijheidsstrijd in de oorlog van Napoleon tegen Oostenrijk in 1805 en 1809 en de twee wereldoorlogen 1914 - 1918 en 1939 - 1945, lieten hun sporen in het Leutaschtal achter. Er heerste wanhoop en armoede en het waren de oude mensen, de vrouwen en kinderen die het land zo goed mogelijk exploiteerden en door de eigen teelt aan de hongersnood wisten te ontsnappen.

Door het grote aantal bossen was en is Leutasch een belangrijk jachtgebied. Tot de bekende en beroemde jachthouders behoorde aan het eind van de 19e eeuw ook de schrijver Ludwig Ganghofer die Leutasch ook buiten de landsgrenzen bekend maakte. Zijn verfilmde boeken zoals "Das Schweigen im Walde" of "Der Edelweißkönig" baseren op Ganghofers belevenissen en indrukken in Leutasch. Vandaag de dag kunnen bezoekers in het Kulturhaus Ganghofermuseum alles over hem, zijn werk, de jacht en de dorpsgeschiedenis te weten komen.

Een goede mix van plattelandsleven, toerisme en economie, van traditie en een moderne tijdgeest vergroten de generatie overkoepelende liefde voor de geboortestreek en maken van Leutasch een zeer levendige gemeente met een positieve visie voor de toekomst.