
19 mei 2020
Thuis voor bijen
Bouwinstructie: Een huis voor wilde bijen
De zomer komt eraan en overal in de regio Seefeld bloeit de natuur op met vers leven. In de lucht hangen duizenden geuren en een druk gebrom – het is hoogseizoen voor bijen en insecten. Voedsel verzamelen en het bouwen van nestjes bepalen de dagelijkse bezigheden van de kleine nuttige diertjes; bij mooi weer kun je ze aan het werk zien op de weelderige alpenweiden rondom Seefeld. Ook op het bijenleerpad bij Reith kun je veel leren over inheemse bosbijen en inspiratie opdoen bij de eerste bijenhotel van Oostenrijk voor je eigen tuin. Sinds kort staat er ook een huis voor wilde bijen in mijn tuin – gebouwd volgens deskundige aanwijzingen van Ferdis Imkerei in Mösern. De bouwinstructie vind je in deze bijdrage.
Waar de wilde dieren wonen
Wie van bijen spreekt, bedoelt meestal de gewone honingbij. De Zweedse natuuronderzoeker Carl von Linné onderscheidde in 1758 de "honingdragende bij" Apis Mellifera van de andere wilde bijen. De honingbij is immers de enige bijensoort die meer honing verzamelt dan ze zelf nodig heeft. Deze uitzonderlijke voorraadbeheer maakte de honingbijen natuurlijk veel interessanter voor de commerciële bijenteelt dan hun wilde verwanten. Tegenwoordig kennen we vooral de heerlijke honing van de ijverige verzamelaars, terwijl de ontelbare wilde bijensoorten bijna een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Daar komt nog bij dat de wilde bij haar naam alle eer aan doet: Ze leeft wild en vrij, als zelfvoorziener zonder eigen bijenkorf, in aardholletjes en rietstengels, achter muurspleten en tussen houtscheuren. Behalve natuurlijk als je haar een huis bouwt.

Bijen van Imker Kurt Kriegl in Reith
Een gastenhuis voor aardige buren
Het plaatsen van zelfgemaakte nestgelegenheden, bijenhuizen en -hotels heeft niets met imkerij te maken. Kunstmatige woningen geven de ijverige dieren veeleer iets van hun leefgebied terug, dat de mens op veel plaatsen voor zichzelf heeft opgeëist. Vooral in dichtbevolkte gebieden zijn natuurlijke nestplaatsen voor wilde bijen schaars. Een bijenhuis helpt niet alleen de stedelijke woningnood te verhelpen en ondersteunt de plantenrijkdom (bloembestuiving), het is ook een uitstekende manier om deze kleine weldoeners eens goed te observeren! In tegenstelling tot stekende wespen en hoornaars zijn (wilde) bijen in de tuin namelijk zeer aangename buren. Wie kinderen heeft, leert zo ook bewustzijn, respect en de juiste omgang met de geel-zwart gestreepte helikopters. Er zijn een paar tips en trucs bij het bouwen van een huisje, en daarover later meer.
Ik en mijn hout: Bouwinstructie voor een bijenhuis
Mooie is, dat men voor een formidabel bijenhuis bouwmaterialen kan gebruiken die men tijdens een wandeling door de uitgestrekte berglandschappen van de regio Seefeld overal kan vinden: Goed gedroogd hardhout van loofbomen (zoals beuken, essen, eiken, fruit- of notenbomen) is het beste, naaldhout is daarentegen helemaal niet populair bij de wilde bijen. Wie de boswandeling wil overslaan, vraagt vriendelijk aan de volgende buur, meubelmaker, boer of bijenexpert om een geschikte "rest".



Dik genoeg moet het goede stuk absoluut zijn, want een wilde bij heeft minstens tien centimeter diepte nodig voor een ruime eenkamerwoning. Bovendien moeten de gaten (6-12mm diameter) altijd haaks op de groeirichting worden geboord, dus gewoon van buiten door de jaarringen naar binnen. Voor bijzonder mooie resultaten is een kolomboor aan te raden, vrijhandig heb je al wat meer finesse nodig. Vervolgens worden de boorgaten zorgvuldig geschuurd met schuurpapier, want wilde bijen hebben gladde wanden nodig. Hoe gladder de wand van het gat, hoe beter het de nieuwe nestplaats beschermt tegen mijten, schimmel en vocht.
Langdurig verblijf op een geweldige locatie
Zijn de nestgaten geboord en ontbraamd, dan kan het versieren beginnen! Hier zijn nauwelijks grenzen gesteld, alleen chemische kleuren en lakken zijn niet naar de zin van de bijen. Begrijpelijk, daarom worden alleen natuurlijke kleurstoffen gebruikt, ook kleur- en viltstiften zijn toegestaan. Ik heb mijn bijenwoning eenvoudig zachtroze gekleurd met een sterke infusie van rode biet - hier zijn ook andere kleurrecepten te vinden. Met een Dremel (handfrees) of schroevendraaier kunnen bovendien fijne patronen in het oppervlak worden gekrast - bij mij geometrische "wafelbloemen" met sterke kleurpotloodaccenten.



Als de ruwbouw klaar is, volgt de eerste viering, want ook een doe-het-zelf bijenhuis heeft een goed dak nodig. Dit moet beschermen tegen regen, maar ook niet te veel schaduw over de nestgaten werpen! Als je tevreden bent met de bouw van het huisje, moet je ook een geschikte woonplaats vinden: windbeschut, zonnig en droog is optimaal, bij voorkeur natuurlijk ook in de buurt van bloemen. Als de nieuwe lange-termijn woonplek veilig en stabiel is gemonteerd, hoef je eigenlijk alleen maar te wachten tot de nieuwe buren zich komen vestigen.

Het voltooide project wacht nu op zijn eerste bewoners
Ferdinand Schot is 26 jaar jong en bijenkweker met hart en ziel. Samen met zijn levensmens Ramona en hond Audax verzorgt hij in Ferdi’s Imkerei in Mösern bij Seefeld meerdere duizenden bijen. De conventionele bijenteelt bestaat uit de oogst van bijenproducten zoals honing, was en propolis en de fokkerij van bijen (koninginnen) op het fokstation "Hohe Munde" en de oprichting van nieuwe bijenvolken. De jonge bijenkweker heeft zijn favoriete hobby tot zijn beroep gemaakt en levert daarmee ook een belangrijke bijdrage aan de natuurlijke biodiversiteit in de regio Seefeld. De huisgemaakte bio-bijenproducten biedt Ferdi regelmatig aan tijdens marktdagen en op de Adventmarkt in Seefeld. Alternatief kan men de online winkel van de bijenkweker of de winkel van de sympathieke bijenkoning in het Inntalcenter Telfs bezoeken.
Overigens: Wie op de Bienenlehrpfad in Reith wandelt, zal onderweg zeker vele ijverige honingbijen tegenkomen en kan daar Oostenrijks eerste bijenhotel bewonderen.
Delen